Ik ontmoette haar in een bar Antwerpen.

‘Heb je er wel eens aan gedacht dat omdat iedereen in december zo vol is van terug – en vooruitblikken dat niemand stil staat bij het feit dat wanneer de maand voorbij is er niets is veranderd?’

Ik was verbaasd een Nederlandse te treffen in deze bar en was dankbaar voor het praatje.

‘Nee, die gedachten komen niet bij mij op.’

‘Waarom kan het leven niet zijn zoals in de film,’ verzuchtte ze en zette haar glas wijn aan haar mond en dronk het in een keer leeg. ‘Zo ongecompliceerd en…’

‘Rechtlijnig,’ vulde ik haar aan.

Voor het eerst keek ze me aan. ‘Ik ben Iris en jij bent…’

‘Elisabeth.’ Ik nam haar uitgestoken hand aan.

Via de spiegel achter de bar had ik een mooi uitzicht op haar volle decolleté.

‘Worden mensen echt blijer wanneer ze tussen kerst en oud en Nieuwjaar de balans opmaken van hun leven?’

Haar vraag leek oprecht.

‘Nee, dat denk ik niet. Daarom gieten ze hun onvrede in goede voornemens voor het komende jaar. Hoopvol treden ze een jaar vol veranderingen tegemoet.’

‘Maar wat nou als echt niets je bevalt?’

‘Dan begin je bij het eerste waarvan je denkt dat het iets gaat veranderen.’

‘Zoals afvallen?’

‘Ja, of meer sporten. Of minder stress, of minder werken. Of meer werken.’

‘Waar zou jij beginnen?’ Vroeg ze.

‘Ik ben tevreden met mijn leven en zou er niets aan willen veranderen.’

De blik in haar ogen veranderde. Waar ze een minuut geleden nog een aardige gesprekspartner dacht te hebben gevonden, maakte ze nu terugtrekkende bewegingen. Ze sloeg haar linker been over haar rechter en leunde met haar linker arm op de bar. Ze ontnam me mijn zicht op haar decolleté.

‘En jij?’ Probeerde ik haar weer het gesprek in te sleuren.

‘Ik begin er niet meer aan, mensen zoals jij verpesten het voor de rest van ons,’ zei ze zonder haar houding te veranderen. ‘Altijd die godvergeten dankbaarheid voor het leven. Van alles altijd de positieve kant bekijken. Jullie zijn wijnvlekken op een witte blouse, een zweetgeur die niet meer uit een T-shirts te wassen is.

Daar dacht ik over na en vulde aan: etterend pus uit een open wond, een harde scheet in gezelschap.

Zwijgend zaten we naast elkaar in die Antwerpse bar. Haar melancholie overstemde de muziek, het gerinkel van glazen, het verstomde de geluiden die de anderen om ons heen maakte, het vertraagde de bartender die met een theedoek eindeloos glazen stond op te poetsen.

‘Weet je wat het is Elisabeth? Voor sommige mensen is het leven simpelweg niet leuk, staan jullie daar wel eens bij stil?’

Met jullie bedoelde ze overduidelijk de wijn- en zweetvlekken van het leven. Ik vroeg mij af of in deze vergelijking zij het witte overhemd was. De tabula rasa besmet door mensen zoals ik.

Ik deed geen poging haar vraag te beantwoorden waardoor ze verder ging. ‘Wanneer je in je leven teveel concessies hebt gedaan, teveel water bij de wijn hebt gegoten, kom je op een dag tot de conclusie dat-ie niet meer te zuipen is.’

‘En dat is mijn schuld?’ Ik had de vraag open willen stellen, maar ik kon niet voorkomen dat er toch iets van sarcasme in mijn stem doorklonk.

Ze keek me aan met de blik waarmee ze zichzelf aan mij had voorgesteld.

‘Nee,’ zei ze enkel.

‘Misschien kun je me het geheim van een tevreden leven leren.’ Zei ze terwijl ze zich van haar kruk liet glijden en als een man keek de hele bar om naar haar dansende heupen en op en neer wippende borsten terwijl ze naar het einde van de zaak liep om naar het toilet te gaan.

Toen ze terugliep probeerde ik zorgelijke gelaatstrekken te vinden in haar rimpelloze gezicht. Ik zag ze niet. Ik zag enkel een vrouw van mijn leeftijd met grote borsten en brede heupen.

Delen:
457

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.